ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0864
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens vermeende valse aangifte niet zorgvuldig genomen
Eiseres, van Guinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van haar verblijfsvergunning onder beperking B9, die werd afgewezen en met terugwerkende kracht ingetrokken vanwege vermeende onjuiste gegevens in haar tweede aangifte van mensenhandel. De intrekking was gebaseerd op informatie van de officier van justitie zonder dat eiseres hierover was gehoord.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd welke onjuiste verklaringen aan de intrekking ten grondslag liggen en dat het proces-verbaal van de tweede aangifte ontbreekt in het dossier. Ook is niet duidelijk welke gegevens de vervolging ondersteunen. Hierdoor is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen en is eiseres niet gehoord, wat in strijd is met de Awb.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit niet materieel vergelijkbaar is met het eerdere besluit uit 2010, omdat het ziet op verschillende aangiften. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak wordt beslist.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierechten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.