ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1021
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G.W.S. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende aannemelijkheid recent verblijf en nationaliteit
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit en christen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen wegens het niet aannemelijk maken van zijn recente vertrek uit Irak en het bezit van de Iraakse nationaliteit. Verzoeker stelde dat hij in september 2012 uit Irak vertrok na verkoop van zijn bezittingen en dat hij de Iraakse nationaliteit bezit, ondersteund door een nationaliteitsverklaring die als authentiek werd beoordeeld.
Verweerder betwistte de aannemelijkheid van het recente verblijf en stelde dat verzoeker mogelijk een andere nationaliteit bezit, waardoor de aanvraag niet verder werd onderzocht. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd had dat verzoeker zijn recente vertrek niet aannemelijk had gemaakt en dat de authenticiteit van de nationaliteitsverklaring niet was betwist. Hierdoor was het uitgangspunt dat verzoeker de Iraakse nationaliteit bezit en had verweerder onzorgvuldig gehandeld door het asielrelaas niet inhoudelijk te beoordelen.
De voorzieningenrechter vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.