ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergrijpboete wegens niet tijdig indienen aangifte inkomstenbelasting 2009
Eiser heeft de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2009 niet tijdig ingediend, ondanks herhaalde herinneringen en aanmaningen van de Belastingdienst. Verweerder legde daarom een vergrijpboete op op grond van artikel 67d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Eiser heeft ook in voorgaande jaren (2003-2008) de aangiften niet of te laat ingediend.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan voorwaardelijk opzet, omdat hij willens en wetens de reële kans aanvaardde dat het niet indienen van de aangifte zou leiden tot het niet of niet tijdig betalen van belasting. De door eiser ter zitting overgelegde aangiftegegevens werden niet in behandeling genomen omdat deze te laat werden ingediend volgens artikel 8:58 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De aanslag IB/PVV 2009 is ambtshalve vastgesteld op een belastbaar inkomen van € 55.000, gebaseerd op eerdere omzetgegevens. De rechtbank acht deze aanslag terecht opgelegd, mede omdat eiser geen bewijs heeft geleverd dat het inkomen lager was. De vergrijpboete van 50% is passend en geboden gezien het herhaaldelijke niet nakomen van de aangifteplicht. Verweerder heeft toegezegd de boete te verminderen indien de aanslag ambtshalve wordt verminderd.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergrijpboete en aanslagen IB/PVV 2009 wordt ongegrond verklaard vanwege voorwaardelijk opzet en passendheid van de boete.