ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken - Lie
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat brief weigering motie Spekman wel besluit is en verklaart beroep gegrond
Eiser, een uitgeprocedeerde asielzoeker met de Iraakse nationaliteit, verzocht op 23 juli 2012 schriftelijk om toepassing van de motie Spekman in het kader van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stuurde op 30 juli 2012 een brief waarin werd meegedeeld dat de medische informatie onvolledig was en dat de aanvraagfase was afgerond zonder dat een aanvraag was ingediend. Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 30 juli 2012 wel degelijk een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het een schriftelijke beslissing betreft met een publiekrechtelijk rechtsgevolg, namelijk het niet in behandeling nemen van het verzoek van eiser. De rechtbank stelt vast dat eiser met zijn brief van 23 juli 2012 reeds een aanvraag had ingediend en dat de brief van verweerder niet kan worden gezien als een voorfase.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en veroordeelt hem tot vergoeding van het griffierecht. Het geschil wordt niet finaal beslecht omdat verweerder zich principieel op het standpunt stelde dat de brief geen besluit was en geen aanvullend standpunt innam.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, met opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.