ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risicobeoordeling artikel 3 EVRM
Eiser, een jonge Tamil-man afkomstig uit het noorden van Sri Lanka, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend die door verweerder is afgewezen. Verweerder achtte het asielrelaas ongeloofwaardig en stelde dat op basis van het ambtsbericht van juni 2010 geen sprake was van een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Sri Lanka.
De rechtbank stelt vast dat verweerder het asielrelaas terecht ongeloofwaardig heeft kunnen achten vanwege het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten. Echter, de rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet in aanmerking zou komen voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De enkele verwijzing naar het ambtsbericht van juni 2010 is onvoldoende, zeker nu eiser meerdere recente rapporten heeft overgelegd die een verslechterde situatie van terugkerende Tamil asielzoekers aantonen.
De rechtbank acht aannemelijk dat de situatie voor Tamils die worden verdacht van betrokkenheid bij de LTTE of van wie familieleden dat zijn, in 2011 en 2012 is verslechterd. Gelet op de individuele risicofactoren van eiser, waaronder zijn afkomst, het ontbreken van documenten, en het feit dat zijn broer in het Verenigd Koninkrijk als vluchteling is toegelaten vanwege betrokkenheid bij de LTTE, kan niet worden uitgesloten dat eiser bij terugkeer een behandeling wacht die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op schending van artikel 3 EVRM.