ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overheidsaansprakelijkheid wegens onrechtmatig voederverbod voor wormenkwekerij
Eiser exploiteert een wormenkwekerij en vleeskalverhouderij, waarbij sinds de jaren 90 swill werd gebruikt als voer voor wormen die als visaas dienen. Europese Verordening (EG) 1774/2002 en daarop gebaseerde Nederlandse uitvoeringsregelingen verboden het gebruik van swill voor ander vee dan pelsdieren, wat leidde tot het intrekken van toestemming voor het gebruik van swill door eiser.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat wormen niet als vee in de zin van de verordening gelden, waardoor het voederverbod niet van toepassing was. Desondanks handhaafde de Staat het verbod en werd toestemming voor het gebruik van swill ingetrokken, wat de rechtbank als onrechtmatig beoordeelt.
De rechtbank stelt vast dat de Staat aansprakelijk is voor de schade die eiser heeft geleden door het voederverbod en de uitvoeringsregelingen, omdat de nadelige gevolgen buiten het normale bedrijfsrisico vallen. De aansprakelijkheid strekt zich uit van de inwerkingtreding van de uitvoeringsregeling in 2003 tot de herroeping van het besluit in 2007.
De rechtbank geeft eiser gelegenheid om zijn schade nader te onderbouwen en houdt verdere beslissing aan om de omvang van de schade te bepalen en eventuele schikking te beproeven.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor de schade van eiser door het onrechtmatig voederverbod op swill voor wormenkwekerij van 2003 tot 2007.