Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2052

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
C/09/434451/FT-RK 13.8
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster heeft op 4 januari 2013 een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Haar totale schuldenlast bedraagt €572.299,32, bestaande uit onder meer rekening-courantschulden bij de ING Bank, belastingschulden en een zakelijke schuld aan Benelux Industrial Partnership Tulip B.V.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden. Ondanks de omvangrijke schulden heeft zij nagelaten tijdig te stoppen met het aangaan van financiële verplichtingen. Ook is gebleken dat een vennootschap waarvan zij bestuurder en enig aandeelhouder was, in 2008 is gefailleerd.

Verder heeft verzoekster onvoldoende inzicht gegeven in de afwikkeling van haar zakelijke belangen en heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij het belang van haar schuldeisers voldoende heeft meegewogen. Zo is niet aannemelijk gemaakt dat zij geen vergoeding kon bedingen voor het klantenbestand dat door een voormalige werknemer is overgenomen.

Gelet op deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Verzoekster heeft acht dagen de tijd om hoger beroep in te stellen.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.

Uitspraak

rekestnummer: C/09/434451/FT-RK 13.8
nummer verklaring: LDS0231300016
uitspraakdatum: 11 februari 2013
RECHTBANK DEN HAAG
sector civiel recht - enkelvoudige kamer
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats],
verzoekster,
heeft op 4 januari 2013 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is op 28 januari 2013 behandeld. De verzoekster is gehoord. De totale schuldenlast van verzoekster bedraagt € 572.299,32.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet wordt het verzoek slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de verzoekster ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Deze goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan de verzoekster dient te voldoen.
Bij de beoordeling daarvan kan de rechtbank rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoekster een verwijt gemaakt kan worden dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van de verzoekster wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers te frustreren en dergelijke.
Volgens een door verzoekster overgelegd schuldenoverzicht bedraagt haar schuldenlast € 572.299,32. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat er onder meer sprake is van verschillende rekening-courantschulden. De schuld van € 85.924,10 aan de ING Bank heeft volgens verzoekster betrekking op een onderneming (Efficiënt Reclame) waarmee zij in 2004/2005 is gestopt. De andere schuld aan de ING Bank ten bedrage van € 263.886,90 is een rekening-courantschuld die betrekking heeft op de per 1 juli 2010 opgeheven eenmanszaak van verzoekster (handelsnamen: [A.},[B.], [C.], [D.], [E.]). Tevens is er sprake van belastingschulden ten bedrage van € 101.698,- en een in 2010 ontstane zakelijke schuld aan Benelux Industrial Partnership Tulip B.V. ten bedrage van € 41.938,52.
Gelet op de omvang van genoemde schulden dient de rechtbank het er voor te houden dat er in het verleden een moment moet zijn geweest waarop het voor verzoekster duidelijk moet zijn geweest dat zij haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en dat verzoekster desondanks is voortgegaan met het aangaan en niet-nakomen van financiële verplichtingen. Verzoekster heeft onvoldoende gesteld om de rechtbank tot een andersluidend oordeel te doen komen. Hierbij neemt de rechtbank bovendien in aanmerking dat evenmin is gebleken dat verzoekster zich in een eerder stadium serieus heeft afgevraagd in hoeverre het nog langer verantwoord was om ondernemingsactiviteiten te ontplooien, terwijl dit wel op haar weg had gelegen temeer nu in 2008 ook nog eens een vennootschap (High Surpus B.V.) waarvan verzoekster bestuurder en enig aandeelhouder was, is gefailleerd.
Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat onvoldoende inzicht heeft gegeven in de afwikkeling van haar zakelijke belangen en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij het belang van haar schuldeisers voldoende in acht heeft genomen. Hierbij neemt de rechtbank onder meer in aanmerking dat een voormalig werknemer van verzoekster een onderneming is gestart (Kinglight Factory B.V.) waar verzoekster thans 20 uur per week werkzaam is en dat deze het klantenbestand van de per 1 juli 2010 opgeheven eenmanszaak van verzoekster heeft overgenomen, terwijl niet aannemelijk is geworden dat verzoekster hier geen vergoeding voor had kunnen bedingen.
rekestnummer: C/09/434451/FT-RK 13.8
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende aannemelijk geworden is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan van haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag
waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Dit leidt er toe dat de rechtbank de verzoeken zal afwijzen.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient dus te worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
[postcode en woonplaats].
Gewezen door mr. R. Cats lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2013 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.
De verzoekster heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat en procureur worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.