ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van medische behandeling en gezinsleven, met inreisverbod
Eiseres, een Surinaamse vrouw met diverse medische klachten waaronder suikerziekte en cognitieve stoornissen, verzocht om een verblijfsvergunning voor medische behandeling en voor het uitoefenen van gezinsleven met haar dochter in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvragen af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingsgronden of de hardheidsclausule.
De rechtbank overwoog dat het Bureau Medische Advisering (BMA) deskundig had vastgesteld dat eiseres onder voorwaarden kan reizen en dat adequate medische zorg en thuiszorg in Suriname beschikbaar zijn. Eiseres kon niet aantonen dat mantelzorg in Suriname ontbreekt, ondanks haar afhankelijkheid en de weigering van haar echtgenoot en zoon om zorg te verlenen.
Ten aanzien van het gezinsleven oordeelde de rechtbank dat de emotionele band tussen eiseres en haar volwassen dochter niet meer dan normale familiebanden overstijgt, en dat er geen objectieve belemmering is om het gezinsleven in Suriname uit te oefenen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen vanwege verschillen met vergelijkbare zaken.
De rechtbank bevestigde dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toepassing vindt en dat verweerder terecht heeft besloten deze niet toe te passen. Het opgelegde inreisverbod van twee jaar is conform de wettelijke bepalingen en wordt gehandhaafd. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen en het inreisverbod worden ongegrond verklaard.