ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2432
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige partneralimentatie wegens onvoldoende behoefte vrouw
De vrouw, een dressuuramazone die paardrijlessen geeft, verzocht om voorlopige partneralimentatie van de man met ingang van 1 september 2012. Zij overlegde slechts zelf opgestelde staatjes over haar inkomsten uit 2011 zonder onderliggende bescheiden en niets over 2012. De man betwistte de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en voerde verweer tegen de behoefte en draagkracht.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter wel rechtsmacht heeft op grond van een ruime uitleg van artikel 3 sub c van Pro de Alimentatieverordening en de lex fori toepassing van Nederlands recht in deze voorlopige voorziening. De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd van haar behoefte aan partneralimentatie, mede omdat zij in de bodemprocedure geen partneralimentatie had verzocht.
Gelet op het ontbreken van vaststelling van behoefte wees de rechtbank het verzoek af. De beschikking werd uitgesproken op 5 februari 2013 door mr. M.J. Alt-van Endt, met griffier mr. T. de Graaf-van der Elst.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende aangetoonde behoefte.