ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2434

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
419923 - FA RK 12-3912
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.Th. Nijhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 10:92 BWArt. 10:93 BWArt. 10:17 BWArt. 1:212 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontkenning vaderschap door vrouw van man over minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vrouw tot ontkenning van het vaderschap van de man over hun minderjarige kind. De vrouw heeft het verzoek tijdig ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. De man, hoewel opgeroepen, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De bijzonder curator, belast met de belangen van het kind, heeft verweer gevoerd maar dit werd niet weersproken door de vrouw en stond vast.

De rechtbank paste Nederlands recht toe omdat de vrouw en het kind als vluchtelingen in Nederland verblijven en de nationaliteit van de partijen onbekend is, doch vermoedelijk Somalisch. De rechtbank oordeelde dat geen feiten zijn gebleken die het vaderschap van de man ondersteunen, noch dat de man toestemming heeft gegeven voor een daad die tot verweking van het kind heeft geleid.

Op grond hiervan werd het verzoek van de vrouw tot ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter M.Th. Nijhuis op 28 januari 2013. De zaak betrof een traditioneel huwelijk dat medio 2011 op traditionele wijze werd gescheiden, en uit dit huwelijk is de minderjarige geboren.

Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over de minderjarige is gegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-3912
Zaaknummer: 419923
Datum beschikking: 28 januari 2013
Ontkenning vaderschap
Beschikking op het op 23 mei 2012 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. M.C. Kwakkelstein-Doornbos te Delft.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de man],
de man,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. J.W. Stok advocaat te Delft,
in de hoedanigheid van bijzonder curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift van de bijzonder curator;
- de brief d.d. 7 augustus 2012, met bijlage, van de zijde van de vrouw;
- de brief d.d. 5 september 2012, met bijlage, van de zijde van de vrouw.
Op 17 december 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat alsmede de bijzonder curator. De man is - hoewel behoorlijk opgeroepen per advertentie in het Algemeen Dagblad/Haagsche Courant d.d. [datum] 2012 - niet ter terechtzitting verschenen.
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning door de vrouw van het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige.
De bijzonder curator heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.
Feiten
- De man en de vrouw zijn traditioneel gehuwd op [datum huwelijk] te Somalië.
- De vrouw is afkomstig uit Somalië en is op [datum] 2008 in Nederland aangekomen.
- Aan de vrouw is een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verleend.
- Het huwelijk van de man en de vrouw is op basis van een door de vrouw afgelegde verklaring ex artikel 36 Wet Pro gemeentelijke basisadministratie Persoonsgegevens geregistreerd.
- Medio 2011 zijn partijen op traditionele wijze gescheiden.
- Uit het huwelijk is voornoemde minderjarige geboren.
- De nationaliteit van de man en de vrouw is onbekend.
- Bij beschikking van deze rechtbank d.d. [datum] 2012 is mr. Stok voornoemd benoemd tot bijzonder curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Beoordeling
Nu de vrouw in Nederland woont is de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Op grond van artikel 10:93, eerste lid jo. artikel 10:92, eerste en tweede lid, BW, wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
Ten aanzien van de nationaliteit van de vrouw overweegt de rechtbank dat die in de GBA als onbekend geregistreerd is. De rechtbank is ermee bekend dat de nationaliteit van personen als onbekend wordt geregistreerd indien een brondocument waaruit de nationaliteit blijkt, ontbreekt. De rechtbank houdt het er, gelet op het feit dat de man en de vrouw uit Somalië afkomstig zijn, echter voor dat zij de Somalische nationaliteit hebben.
Uit artikel 10:17, eerste lid, BW, volgt dat de persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel (on)bepaalde tijd is verleend, wordt beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats. Nu de vrouw en de minderjarige als vluchteling in Nederland verblijven past de rechtbank Nederlands recht toe op het verzoek.
De vrouw heeft haar verzoek binnen een jaar na de geboorte van de minderjarige, derhalve tijdig, ingediend zodat zij kan worden ontvangen in haar verzoek.
De gronden waarop de vrouw haar verzoek doet steunen, worden door de man, die immers niet is verschenen, niet weersproken en evenmin door de bijzonder curator - na daartoe door hem verricht onderzoek waarvan uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting van 17 december 2012 is gebleken -, en staan dus in rechte vast.
Het verzoek dient derhalve te worden toegewezen, aangezien van feiten die het mogelijk maken dat de man toch de vader van de minderjarige is, niet is gebleken en evenmin is gebleken dat de man toestemming heeft gegeven tot een daad die de verwekking van de minderjarige tot gevolg kan hebben gehad.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart gegrond het verzoek van [de vrouw], tot ontkenning van het vaderschap van:
[de man], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Somalië,
van de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
uit:
[de vrouw], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Somalië.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.Th. Nijhuis, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2013.