ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige in internationale kinderontvoeringszaak
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn minderjarige kind naar het Verenigd Koninkrijk op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De moeder was met het kind naar Nederland vertrokken en verbleef daar. De vader stelde dat hij geen toestemming had gegeven voor dit verblijf, terwijl de moeder betoogde dat hij wel toestemming had gegeven onder voorwaarden.
De rechtbank onderzocht de communicatie tussen partijen, waaronder WhatsApp-berichten, en concludeerde dat de vader voorafgaand aan het vertrek van de moeder met het kind naar Nederland in algemene zin toestemming had gegeven, mits de moeder een woning vond en in haar levensonderhoud kon voorzien. Hoewel de vader later zijn toestemming introk, deed dit niet af aan de eerder gegeven toestemming.
Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een ongeoorloofde achterhouding in Nederland en wees het verzoek tot teruggeleiding af. Tevens werd bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar het Verenigd Koninkrijk is afgewezen.