ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2979
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Eritrese vrouw wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onzorgvuldige uitzettingsbeschikking
Verzoekster, van Eritrese nationaliteit, vroeg asiel aan met een verhaal over militaire training, verkrachting en ontsnapping. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en twijfels over de geloofwaardigheid van het relaas, met name over het moment en de wijze van uitreis uit Eritrea.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig achtte, onder meer vanwege inconsistenties en het ontbreken van bewijsstukken zoals reisdocumenten. Tevens werd overwogen dat de uitzettingsbeschikking onzorgvuldig was omdat deze een verplichting tot vertrek bevatte, terwijl uitzetting feitelijk niet mogelijk is vanwege het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde dat de bevoegdheid tot uitzetting een rechtsgevolg is van de afwijzing van de aanvraag en niet discretionair. Het standpunt van verweerder dat verzoekster niet wordt uitgezet maar ook geen verblijfsvergunning krijgt, leidt tot een ongewenste situatie van verblijf zonder titel en rechten.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege ongeloofwaardig relaas en onzorgvuldige uitzettingsbeschikking.