ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming voogdes na overlijden gezagsdrager ter bescherming minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 februari 2013 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een voorziening in de voogdij te treffen na het overlijden van de gezagsdrager, de moeder van de minderjarige. De minderjarige verblijft feitelijk in een instelling op strafrechtelijke titel. De Raad verzocht aanvankelijk Bureau Jeugdzorg aan te wijzen als voorlopige voogd, maar wijzigde dit verzoek ter zitting in het benoemen van mevrouw voorgestelde voogdes als voogdes.
De vader van de minderjarige voerde geen verweer tegen de voogdijbenoeming, maar gaf aan dat het contact met zijn dochter niet goed is. Uit de stukken blijkt dat er gegronde vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige zullen worden verwaarloosd indien de vader met het gezag wordt belast. De beoogd voogdes verklaarde zich bereid de voogdij te aanvaarden en de Raad voor de Kinderbescherming had geen bezwaren tegen haar benoeming.
De rechtbank besloot daarom de voogdij toe te wijzen aan mevrouw voorgestelde voogdes en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt voorzien in het gezag over de minderjarige na het overlijden van de moeder die het ouderlijk gezag alleen uitoefende.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt mevrouw voorgestelde voogdes tot voogdes van de minderjarige.