ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3288

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
C-09-436840 - FA RK 13-1072
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253g BWArt. 800 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming voogdes na overlijden gezagsdrager ter bescherming minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 februari 2013 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om een voorziening in de voogdij te treffen na het overlijden van de gezagsdrager, de moeder van de minderjarige. De minderjarige verblijft feitelijk in een instelling op strafrechtelijke titel. De Raad verzocht aanvankelijk Bureau Jeugdzorg aan te wijzen als voorlopige voogd, maar wijzigde dit verzoek ter zitting in het benoemen van mevrouw voorgestelde voogdes als voogdes.

De vader van de minderjarige voerde geen verweer tegen de voogdijbenoeming, maar gaf aan dat het contact met zijn dochter niet goed is. Uit de stukken blijkt dat er gegronde vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige zullen worden verwaarloosd indien de vader met het gezag wordt belast. De beoogd voogdes verklaarde zich bereid de voogdij te aanvaarden en de Raad voor de Kinderbescherming had geen bezwaren tegen haar benoeming.

De rechtbank besloot daarom de voogdij toe te wijzen aan mevrouw voorgestelde voogdes en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt voorzien in het gezag over de minderjarige na het overlijden van de moeder die het ouderlijk gezag alleen uitoefende.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt mevrouw voorgestelde voogdes tot voogdes van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 13-1072
Zaaknummer: C/09/436840
Datum beschikking: 19 februari 2013
Voorziening in de voogdij in verband met overlijden gezagsdrager
(artikel 1:253g BW)
Beschikking op het op 11 februari 2013 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord, locatie Den Haag (verder: de Raad),
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:
[de vader],
de vader,
wonende te [woonplaats],
en
[de moeder],
de moeder, overleden op [datum overlijden] 2013,
die het ouderlijk gezag alleen uitoefende.
De minderjarige verblijft feitelijk op strafrechtelijke titel in [instelling] te [plaats].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift;
- de brief d.d. 14 februari 2013 van de zijde van de advocaat van de minderjarige, mr. D.F.J. Sol-Thoolen, met als bijlage onder andere de Bereidverklaring Voogd van mevrouw [voorgesteld voogdes].
Op 19 februari 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.
Hierbij zijn verschenen:
- mevrouw I. Simons, namens de Raad;
- mevrouw C. Bos, namens Bureau Jeugdzorg;
- de vader;
- de advocaat van de minderjarige, mr. D.F.J. Sol-Thoolen,
- mevrouw [voorgesteld voogdes].
Feiten
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 11 februari 2013 het verzoek van de Raad om toepassing te geven van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, afgewezen en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
Verzoek
Het verzoek van de Raad strekt ertoe de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden (verder: Bureau Jeugdzorg) te belasten met de voorlopige voogdij over voornoemde minderjarige met vaststelling van alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen.
De Raad heeft verzocht de termijn te bepalen op 6 weken.
Beoordeling
Mevrouw Simons heeft namens de Raad ter zitting aangegeven dat de Raad het verzoek van de advocaat van de minderjarige ondersteunt de reeds beoogde curator van de minderjarige, te weten mevrouw [voorgesteld voogdes], te benoemen tot voogdes van de minderjarige. Mevrouw Simons heeft het verzoek van de Raad om die reden gewijzigd in dier voege dat thans wordt verzocht te voorzien in de voogdij en mevrouw [voorgesteld voogdes] te benoemen tot voogdes.
Mr. Sol-Thoolen heeft namens de minderjarige verzocht de definitieve voogdij uit te spreken, zodat mevrouw [voorgesteld voogdes] direct voor de minderjarige kan instaan. Daarbij heeft mr. Sol-Thoolen nogmaals aandacht gevraagd voor het feit dat het contact tussen de minderjarige en de vader niet goed is.
De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek om mevrouw [voorgesteld voogdes] als voogdes te benoemen. Volgens de vader is het contact met zijn dochter thans niet zo goed. Zij vertelt hem niet veel.
Nu de ouder met gezag is overleden dient in het gezag over de minderjarige te worden voorzien.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat gegronde vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige zullen worden verwaarloosd indien de thans niet met het gezag belaste vader wordt belast met het gezag over de minderjarige.
Het belang van de minderjarige verzet zich niet tegen de verzochte voogdijbenoeming.
De beoogd voogdes heeft zich schriftelijk bereid verklaard tot aanvaarding van de voogdij over de minderjarige.
De rechtbank is niet gebleken van bezwaren van de zijde van de Raad voor de Kinderbescherming tegen de benoeming van mevrouw [voorgesteld voogdes] tot voogdes en ziet daarom aanleiding het gewijzigde verzoek van de Raad toe te wijzen.
Beslissing
De rechtbank:
benoemt tot voogdes over de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
- [voogdes], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2013, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier.