ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3324
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Noord-Koreaanse eisers wegens gebrek aan geloofwaardigheid en veilige alternatieven
Eisers, afkomstig uit Noord-Korea, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan in Nederland, nadat zij op 30 oktober 2012 Nederland binnenkwamen. Zij stelden dat eiser vanwege illegale handel in Westerse films door de Noord-Koreaanse geheime staatspolitie werd vervolgd en dat zij daarom bescherming nodig hadden.
Verweerder wees de aanvragen af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat zij aanspraak konden maken op asiel. De rechtbank constateerde tegenstrijdigheden en inconsistenties in het asielrelaas, onder meer over de omstandigheden van de arrestatie en vrijlating van eiser, en vond dat het verhaal niet de vereiste positieve overtuigingskracht had.
Daarnaast stelde verweerder dat eisers zich redelijkerwijs onder bescherming van Zuid-Korea konden stellen, aangezien Noord-Koreanen in principe als Zuid-Koreaanse onderdanen worden beschouwd, tenzij het veiligheidsonderzoek anders uitwijst. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij het veiligheidsonderzoek niet zouden doorstaan of dat zij in Zuid-Korea gevaar liepen door spionageactiviteiten.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en dat er geen reëel risico bestond op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer naar Zuid-Korea.