ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Griffierecht verschuldigd in renvooiprocedure ondanks afwezigheid eiser
In deze zaak stond centraal of griffierecht verschuldigd is in een renvooiprocedure waarbij de eiser zich niet stelt. De curator in het faillissement van een partij stelde zich namens de gedaagde en maakte bezwaar tegen het in rekening brengen van griffierecht. De rechtbank constateerde dat de renvooiprocedure kwalificeert als een verificatiegeschil en dat de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding vervangt.
De rechtbank overwoog dat het feit dat de eiser niet verschijnt en dat er geen inhoudelijke procedure is gevoerd, niet betekent dat de verschenen partij geen griffierecht hoeft te betalen. Zodra een advocaat zich stelt, ontstaat de verplichting tot betaling van griffierecht. Tevens is het mogelijk om via een voorwaardelijke stelinstructie in het digitale proces aan te geven dat men zich alleen stelt indien de eiser verschijnt.
De rechtbank wees het verzet af en bevestigde dat griffierecht ook in renvooiprocedures verschuldigd is, ongeacht de aanwezigheid van de eiser of de vorm van de procedure.
Uitkomst: Het verzet tegen de heffing van griffierecht in de renvooiprocedure wordt afgewezen; griffierecht is verschuldigd.