ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting factuurvorderingen na niet doorgaan fusie tussen Best en Solidé
Best en Solidé hebben begin 2011 de voorgenomen fusie besproken en afgesproken voorafgaand aan de fusie samen te werken. De fusie is uiteindelijk niet doorgegaan. Partijen hebben werkzaamheden voor elkaar verricht en facturen uitgewisseld. Best vorderde betaling van €17.865,54 voor haar geleverde diensten, vermeerderd met rente en incassokosten. Solidé betwistte de hoogte van de facturen en stelde dat verrekening moest plaatsvinden met haar eigen vorderingen, onder meer voor managementwerkzaamheden.
De kantonrechter oordeelde dat partijen elkaar de werkzaamheden die zij voorafgaand aan de fusie verrichtten in rekening mogen brengen, maar dat er onenigheid bestond over de bedragen en specificaties. Best erkende een vordering op Solidé van €17.865,54, Solidé stelde een vordering op Best van €23.561,36. Na verrekening resteerde een vordering van Solidé op Best van €5.695,82.
De kantonrechter wees de vordering van Best in conventie af en wees de vordering van Solidé in reconventie toe, met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door kantonrechter D. de Loor en uitgesproken op 13 februari 2013.
Uitkomst: De vordering van Best wordt afgewezen en Solidé krijgt een betaling van €5.695,82 toegewezen na verrekening.