ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4166
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende aantonen verstoring level playing field bij aanbesteding rioolreiniging
In deze zaak gaat het om een kort geding waarin Van der Valk vordert dat de Gemeente Den Haag de aanbestedingsprocedure voor rioolreiniging staakt en een heraanbesteding houdt. Van der Valk stelt dat het bestek niet voldoet aan het kostenhomogeniteitsbeginsel en dat de zittend contractant, Sita, een ontoelaatbaar voorkennisvoordeel heeft waardoor het level playing field wordt verstoord.
De Gemeente had een Europese aanbesteding aangekondigd voor rioolreiniging in 2013, waarbij het gunningscriterium de laagste prijs was. Het bestek bevatte verschillende posten voor reiniging van rioolbuizen van diverse diameters en vervuilingsgraden. Van der Valk betoogde dat het ontbreken van onderscheid tussen ronde en eivormige buizen en de onduidelijkheid over het slib de prijsbepaling bemoeilijkten en dat Sita door haar ervaring een oneerlijk voordeel had.
De rechtbank oordeelt dat onzekerheden over de aard en omvang van de opdracht inherent zijn aan een OMOP-bestek en niet per definitie strijdig zijn met het aanbestedingsrecht. Het is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Sita een ongerechtvaardigd kennisvoordeel heeft dat het gelijkheidsbeginsel schendt. Van der Valk beschikt immers over vergelijkbare voorkennis en had tijdig aanvullende informatie kunnen opvragen. De vorderingen worden afgewezen en Van der Valk wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Van der Valk worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van verstoring van het level playing field.