ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4228
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot opheffing schorsingsvoorwaarde voorlopige hechtenis wegens schending EVRM
Eiser wordt verdacht van vernieling met een luchtbuks en verboden wapenbezit. Na diverse beslissingen tot voorlopige hechtenis en schorsing daarvan onder voorwaarden, heeft de rechtbank Haarlem op 27 november 2012 de schorsingsvoorwaarden uitgebreid met medewerking aan gedragskundig onderzoek. Eiser weigerde hieraan mee te werken en stelde dat deze voorwaarde in strijd is met artikel 5 en Pro 6 EVRM en dat hij geen rechtsmiddel had tegen deze wijziging.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat het stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen gesloten is en dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat hij via de strafrechter voldoende rechtsbescherming kan verkrijgen, onder meer door het indienen van verzoeken tot wijziging van schorsingsvoorwaarden en het aanvechten van opheffing van schorsing.
De voorzieningenrechter wijst het beroep van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. De rechter merkt op dat indien eiser twijfels heeft over de onafhankelijkheid van de strafrechter, hij het wrakingsmiddel kan inzetten. De uitspraak bevestigt dat de voorzieningenrechter niet als restrechter kan optreden wanneer een adequate strafrechtelijke rechtsgang beschikbaar is.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot opheffing van de schorsingsvoorwaarde en veroordeeld in de proceskosten.