ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4450

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
C-09-437444 - JE RK 13-449
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29b Wet op de JeugdzorgArt. 29h Wet op de Jeugdzorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting gesloten jeugdzorgplaatsing ondanks verbetering minderjarige

De rechtbank Den Haag heeft op 26 februari 2013 een beschikking gegeven inzake de voortzetting van de gesloten jeugdzorgplaatsing van een minderjarige. De minderjarige was reeds onder toezicht gesteld en opgenomen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De moeder stemde in met het verzoek, terwijl de advocaat van de minderjarige formele bezwaren maakte, doch subsidiair instemde met een kortere machtiging.

De kinderrechter oordeelde dat aan de formele vereisten was voldaan, waaronder het overleggen van een instemmingsverklaring en een indicatiebesluit. Ondanks dat het beter gaat met de minderjarige en zij baat heeft bij de behandeling, zijn er nog steeds ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die een gesloten plaatsing noodzakelijk maken om te voorkomen dat zij zich aan de zorg onttrekt.

De behandeling dient veilig en verantwoord voortgezet te worden om terugval te voorkomen. De kinderrechter achtte het voorgenomen traject naar een open setting passend en verwachtte een spoedige overplaatsing. De machtiging werd verleend tot 8 juni 2013, conform de wettelijke bepalingen, waarbij de trajectaanpak binnen de machtiging past.

De beschikking werd gegeven door kinderrechter M. Dam en uitgesproken in een openbare zitting met gesloten deuren, waarbij ook de griffier aanwezig was.

Uitkomst: De machtiging voor gesloten jeugdzorgplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 8 juni 2013.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Kinderrechter
Rekestnummer: JE RK 13-449
Zaaknummer: C/09/437444
Datum beschikking: 26 februari 2013
Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg
Beschikking op het op 18 februari 2013 ingekomen verzoekschrift van:
de Stichting Bureau Jeugdzorg [plaats] (verder: Bureau Jeugdzorg),
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
kind van:
[de moeder],
de moeder,
wonende te [woonplaats],
die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,
en erkend door
[de vader],
de vader.
De minderjarige verblijft feitelijk in [naam instelling] te [plaats].
Procedure
De kinderrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift met bijlage(n) waaronder de verklaring van
Bureau Jeugdzorg dat een situatie als bedoeld in artikel 29b, derde lid, van de Wet op de
Jeugdzorg zich voordoet;
- de instemmingsverklaring d.d.22 februari 2013 van een gedragswetenschapper als bedoeld
in artikel 29b,vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht;
- het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg d.d. 15 februari 2013.
Op 26 februari 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:
mevrouw Y. Doornebosch namens Bureau jeugdzorg,
de moeder,
de minderjarige, bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer.
Feiten
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 19 februari 2013 de Raad voor Rechtsbijstand te 's-Gravenhage bevolen een advocaat aan de minderjarige toe te voegen.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 4 september 2012 de minderjarige onder toezicht gesteld van 8 september 2012 tot 8 juni 2013.
Bij beschikking d.d. 4 september 2012 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven van 8 september 2012 tot 4 maart 2013.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
De advocaat heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.
Beoordeling
Mevrouw Doornebosch heeft verklaard dat de minderjarige zo snel mogelijk overgeplaatst zal worden naar [naam], waarbij zij hoopt dat aldaar meteen in een (meer) open groep kan worden geplaatst, omdat de minderjarige nu al veel zelfstandig doet. Daarnaast heeft de minderjarige veel doelen behaald. Echter een open crisisplek ter overbrugging naar [naam] wordt niet in belang van de minderjarige geacht.
De moeder heeft verklaard dat zij met het verzoek instemt en zich kan vinden in de lijn die is uitgezet.
Mr. Weermeijer heeft aangevoerd dat niet aan de formele eisen is voldaan en dat het verzoek afgewezen dient te worden. Voorts heeft hij aangevoerd dat verdere behandeling in het belang van de minderjarige is en verzoekt hij subsidiair het verzoek toe te wijzen voor maximaal drie maanden, zodat de minderjarige zo snel mogelijk overgeplaatst kan worden.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat aan de formele eisen is voldaan, aangezien een instemmingsverklaring en indicatiebesluit zijn overgelegd. Dat het inmiddels beter gaat met de minderjarige en zij baat heeft bij de behandeling, betekent niet dat er geen gronden meer zijn voor een gesloten plaatsing. Immers, de behandeling die is ingezet dient op een veilige en verantwoorde wijze te worden voortgezet om te voorkomen dat de minderjarige afglijdt naar de situatie van voor de gesloten plaatsing. Met de machtiging kan gewerkt worden naar plaatsing in een open setting, waarbij de kinderrechter er van uit gaat dat de minderjarige op korte termijn overgeplaatst wordt naar [naam]. Naar het oordeel van de kinderrechter leidt dit voorgenomen traject er niet toe dat de machtiging voor kortere duur zou moeten worden verleend, nu de wetgever met de bepaling van artikel 29h, zesde lid van de Wet op de Jeugdzorg, juist mogelijk heeft willen maken dat deze trajectaanpak plaats heeft binnen de machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.
Derhalve zal als volgt worden beslist.
Beslissing
De kinderrechter:
machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg [plaats] de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 4 maart 2013 tot 8 juni 2013, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 18 februari 2013.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2013, in tegenwoordigheid van F.M. Coppens als griffier.