ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klacht dwangmedicatie en wilsonbekwaamverklaring in psychiatrische opname
Verzoekster, gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, diende klachten in tegen dwangmedicatie en haar wilsonbekwaamverklaring. De rechtbank beoordeelde of de dwangmedicatie rechtmatig was en of de wilsonbekwaamheid terecht was vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat de dwangmedicatie, gegeven onder de voorwaarden van de Wet Bopz, noodzakelijk en proportioneel was vanwege het gevaar van ernstige zelfverwaarlozing en het ontbreken van vrijwillige medewerking. De klacht tegen de dwangmedicatie werd ongegrond verklaard.
Met betrekking tot de wilsonbekwaamverklaring oordeelde de rechtbank dat verzoekster op het moment van de verklaring (13 december 2012) terecht als wilsonbekwaam werd beschouwd, vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en onvermogen tot redelijke besluitvorming. Echter, de wilsonbekwaamheid is wisselend en moet per beslissing worden beoordeeld. Op het moment van de zitting was verzoekster niet langer volledig wilsonbekwaam, kon zij informatie begrijpen en meebeslissen over medicatie.
De rechtbank verklaarde de klacht tegen de wilsonbekwaamverklaring deels gegrond en deels ongegrond, waarbij de periode vanaf 13 december 2012 tot het heden als wilsonbekwaam werd erkend, maar daarna niet meer. De dwangmedicatie werd niet geschorst en de behandeling werd voortgezet onder toezicht.
Uitkomst: De klacht tegen dwangmedicatie wordt ongegrond verklaard, de klacht tegen wilsonbekwaamverklaring deels gegrond en deels ongegrond.