ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens herstel thuissituatie
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 februari 2013 het verzoek van Bureau Jeugdzorg tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verbleef feitelijk in een logeerhuis en er waren incidenten in de thuissituatie, mede veroorzaakt door de broer die sinds kort weer thuis woonde. De moeder voerde verweer en gaf aan dat het lange tijd goed ging in de thuissituatie en dat de broer inmiddels niet meer thuis woont.
De kinderrechter nam kennis van het dossier, de verhoren en de standpunten van partijen. De minderjarige wenste zelf bij de moeder te blijven wonen en de moeder ondersteunde dit. De kinderrechter overwoog dat de gronden voor uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 1:261 BW Pro niet voldoende aanwezig waren, mede omdat de rust was teruggekeerd na het vertrek van de broer en de moeder een veiligheidsplan had opgesteld vanwege haar gezondheidsproblemen.
De kinderrechter concludeerde dat de minderjarige hechtingsproblemen heeft en het niet in haar belang is om telkens op een andere plek geplaatst te worden. De inzet van MDFT was niet van de grond gekomen, maar gezien de situatie achtte de rechter uithuisplaatsing niet noodzakelijk. Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing werd daarom afgewezen.
Van deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen omdat de rust in de thuissituatie is teruggekeerd.