ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek administratieve plaatsing op medische gronden voor asielzoeker
Eiser, een Iraakse asielzoeker met een verblijfsvergunning die later werd ingetrokken, verzocht om administratieve plaatsing op grond van medische redenen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een sociaal-medisch advies (SMA) van 7 juni 2012, waarin werd geconcludeerd dat er wel medische gronden zijn voor een speciaal soort woonruimte, maar onvoldoende voor een geografische indicatie of bijzondere zwaarwegende medische redenen.
Eiser betoogde dat hij aanspraak maakt op hulp op grond van artikel 8 EVRM Pro, vanwege een impasse tussen bestuursrechtelijke instanties, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet nader was geconcretiseerd. Het verzoek om vergoeding van schade was niet onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiser nog Rva-verstrekkingen ontvangt en dat verweerder nog geen beëindigingsbesluit had genomen. De rechtbank vond het SMA voldoende om het afwijzingsbesluit te rechtvaardigen en verwierp het beroep als ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om administratieve plaatsing wordt ongegrond verklaard.