ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Roskam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoekers in schuldsaneringsregeling wegens onduidelijkheid schuldpositie en vestigingsdatum
Verzoekers, gehuwd in Turkije in 2006, hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker heeft de Turkse en Nederlandse nationaliteit en verblijft sinds 1992 in Nederland, verzoekster heeft de Turkse nationaliteit en is medio 2011 naar Nederland gekomen. Zij hebben twee kinderen, waarvan één in Turkije en één recent in Nederland geboren.
De rechtbank constateert dat verzoekers geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt en geen verklaring hebben ingeschreven zoals bedoeld in het Haags huwelijksvermogensverdrag 1978. Volgens het verdrag was het Turkse huwelijksvermogensrecht van toepassing tot verzoekster zich in Nederland vestigde, waarna het Nederlandse recht geldt voor toekomstige activa en passiva.
Verzoekers geven een gezamenlijke schuldpositie aan van €81.624,32, waarvan €11.681,13 aan schulden binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek zijn ontstaan. De rechtbank merkt onduidelijkheden op over de datum van vestiging van verzoekster in Nederland en over de status van enkele schulden, waaronder belastingvorderingen en een vordering van een verzekeraar.
Vanwege deze onduidelijkheden en het ontbreken van bewijsstukken acht de rechtbank het niet mogelijk een getrouw beeld te krijgen van de financiële situatie van verzoekers. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om een aanvullende termijn te gunnen en verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens onduidelijkheid over vestigingsdatum en schuldpositie.