ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige wegens opvoedingszorgen
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek tot ondertoezichtstelling ingediend voor een minderjarige die feitelijk bij de moeder en stiefvader verblijft. Het verzoek is gebaseerd op zorgen over de opvoedingssituatie en de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van het kind. Hoewel de vader instemt met het verzoek, voert de moeder namens zichzelf en de stiefvader verweer en stelt dat een ondertoezichtstelling overbodig is vanwege een veilige omgeving en bereidheid tot hulpverlening.
Tijdens de zitting is besproken dat de moeder en stiefvader ondersteuning nodig hebben bij het inzetten van hulpverlening, met name op het gebied van logopedie, opvoedingsondersteuning en individuele behandeling voor het verwerken van huiselijk geweld. De moeder geeft aan dat de logopediebehandeling goed verloopt en dat zij bereid is mee te werken aan verdere hulpverlening.
Gezien deze omstandigheden besluit de kinderrechter de behandeling van het verzoek aan te houden tot een zitting in juni 2013, zodat de ouders de gelegenheid krijgen de benodigde hulpverlening te regelen. Daarna zal worden beoordeeld of een ondertoezichtstelling alsnog noodzakelijk is of dat het verzoek wordt ingetrokken.
Uitkomst: Behandeling verzoek tot ondertoezichtstelling aangehouden om hulpverlening te regelen.