ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting. Bij uitspraak op bezwaar werd de WOZ-waarde verlaagd en een proceskostenvergoeding van €72,66 toegekend, gebaseerd op een wegingsfactor die rekening hield met vermeende samenhangende zaken.
Eiser betwistte de toepassing van deze wegingsfactor en stelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder kon deze stelling niet aannemelijk maken, mede omdat hij geen verweerschrift had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en stelde de vergoeding vast op €223,90. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de kosten van het beroep en het betaalde griffierecht. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand voor zover deze betrekking hebben op de WOZ-waarde en aanslag.
Uitkomst: De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding bij bezwaar vast op €223,90 en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht.