ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.T.A. Sukul
- A.J. Dondorp
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatigheid na belangenafweging
Eiser werd op 17 juni 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld, met een onderbreking voor strafuitzetting, en opnieuw in bewaring genomen op 31 januari 2013. De rechtbank beoordeelde het eerste beroep tegen deze laatste maatregel. Verweerder handhaafde niet langer de grond dat eiser verdachte of veroordeelde was van een misdrijf, maar stelde dat andere gronden voor bewaring wel aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat deze gronden voldoende waren om bewaring te dragen, mede gelet op het gebrek aan medewerking van eiser bij het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.
De rechtbank constateerde dat er nog zicht was op uitzetting, aangezien eiser op 27 september 2012 was gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten en het onderzoek naar zijn identiteit voortduurde. De medische klachten van eiser en de duur van de detentie (ruim acht maanden) werden meegewogen in de belangenafweging. De strafrechtelijke antecedenten van eiser konden op grond van het Kadzoev-arrest niet worden meegewogen.
Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging thans in redelijkheid in het voordeel van eiser uitviel en dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was. Daarom werd de bewaring met onmiddellijke ingang opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid na belangenafweging, schadevergoeding wordt afgewezen.