ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6327
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende ernstige bedreiging openbare orde voor verblijfsbeëindiging EU-veelpleger
Eiser, een burger van de Europese Unie van Letse nationaliteit, werd geconfronteerd met een besluit tot beëindiging van zijn verblijfsrecht en ongewenstverklaring vanwege zijn strafrechtelijke verleden, bestaande uit voornamelijk winkeldiefstallen en overtredingen zoals openbare dronkenschap.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het gedrag van eiser een actuele en werkelijke bedreiging voor de openbare orde kan vormen, het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was. Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met de aard en de veroorzaakte schade van de strafbare feiten, die vooral bestonden uit kleine winkeldiefstallen zonder geweld of verzwarende omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de strafbare feiten niet zodanig ernstig waren dat zij een voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormden. Het besluit was daarmee in strijd met het evenredigheidsbeginsel en artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde.