ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6355
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verbiedt uitlevering zonder garantie voortzetting EMDR-behandeling
K., met de Nederlandse en Pakistaanse nationaliteit, wordt verdacht van betrokkenheid bij Al Qaeda en staat op uitlevering aan de Verenigde Staten. Tijdens zijn detentie in Nederland onderging hij een EMDR-behandeling voor PTSS, die stopgezet werd na schorsing van zijn uitleveringsdetentie. De Minister van Veiligheid en Justitie had onvoorwaardelijk toegezegd dat de EMDR-behandeling in de VS zou worden voortgezet als voorwaarde voor uitlevering.
De autoriteiten van de VS boden echter alleen een cognitieve gedragstherapie (CBT) aan, wat volgens deskundigen niet gelijkwaardig is aan EMDR en zelfs schadelijk kan zijn voor K. Diverse psychiaters en psychologen benadrukten het belang van voortzetting van EMDR. De Staat wilde uitlevering doorzetten zonder deze garantie, wat K. aanvocht in kort geding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staat gehouden is de onvoorwaardelijke toezegging na te komen en dat uitlevering zonder garantie voortzetting EMDR onrechtmatig is. Daarom werd de Staat verboden K. uit te leveren zolang de VS niet garanderen dat de EMDR-behandeling wordt voortgezet. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Staat wordt verboden K. uit te leveren zolang de VS niet garanderen dat zijn EMDR-behandeling wordt voortgezet.