ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over erfgrens, boomschade en verkrijgende verjaring tussen buren
De zaak betreft een burenruzie over de erfgrens tussen de percelen van [A] c.s. en [C] c.s. en de schade aan een boom door snoeiwerkzaamheden uitgevoerd in opdracht van [C] c.s. De boom staat op het perceel van [A] c.s., maar de kadastrale grens ligt twee meter voorbij de muur die de feitelijke grens markeert. [A] c.s. vordert onder meer vergoeding van schade aan de boom en ontruiming van het perceelgedeelte dat volgens hen onrechtmatig in gebruik is door [C] en [D].
[C] c.s. stelt dat zij door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van het perceelgedeelte en dat de snoeikosten voor rekening van [A] c.s. komen vanwege overlast van de boom. De rechtbank analyseert de vraag of sprake is van verkrijgende verjaring volgens oud recht (voor 1993) en nieuw recht (vanaf 1993), waarbij bezit, goede trouw en termijn bepalend zijn. De rechtbank constateert dat onvoldoende feiten zijn aangevoerd om bezit als eigenaar aan te tonen volgens oud recht en biedt partijen gelegenheid om zich hierover uit te laten.
De beslissing over de eigendom van de perceelgedeelten en de onrechtmatigheid van het snoeien wordt aangehouden totdat partijen nadere onderbouwing geven. De procedure wordt hervat op 10 april 2013 voor het nemen van een akte door [C] c.s. De rechtbank verklaart zich niet-ontvankelijk in bepaalde vorderingen jegens [C] alleen vanwege gezamenlijke eigendom met zijn echtgenote.
De zaak betreft complexe juridische vragen over bezit, eigendom en verjaring, waarbij feitelijke omstandigheden en verkeersopvattingen centraal staan. De rechtbank benadrukt het belang van feitelijke onderbouwing en houdt de beslissing aan om verdere beoordeling mogelijk te maken.
Uitkomst: De beslissing over eigendom en schadevergoeding wordt aangehouden voor nadere onderbouwing over verkrijgende verjaring.