ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van oorzakelijk versus verergerend dienstverband bij PTSS en vaststelling mate van invaliditeit militair
Eiser, een militair die werd uitgezonden naar Libanon, vorderde een hogere mate van invaliditeit (MIP) vanwege PTSS. Verweerder stelde aanvankelijk een verergerend dienstverband vast met een invaliditeitspercentage van 10%, later verhoogd naar 20%. Eiser betwistte het verergerend dienstverband en stelde dat sprake was van oorzakelijk dienstverband en een hogere invaliditeit.
De rechtbank onderzocht het PTSS Protocol waarin onderscheid wordt gemaakt tussen T1- en T2-trauma's en het multicausale verklaringsmodel. De rechtbank oordeelde dat de causaliteitsregels in het protocol niet in strijd zijn met de wettelijke definities en dat verweerder terecht uitging van een verergerend dienstverband, omdat onvoldoende aanwijzingen voor een T2-trauma aanwezig waren.
Ten aanzien van de invaliditeitspercentage stelde de rechtbank vast dat eiser zich kon vinden in een rapport dat een invaliditeit van 30% vaststelde, maar verweerder kwam uit op 25,42%, afgerond naar 25%. De rechtbank oordeelde dat afronding niet toegestaan is en stelde de invaliditeit vast op 25,42% vanaf 1 oktober 2007.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en de eerdere besluiten, bepaalde dat eiser aanspraak heeft op een MIP berekend naar 25,42% invaliditeit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelt het invaliditeitspercentage vast op 25,42% en verklaart het beroep gegrond.