ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en belangenafweging
Eiser is op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000 een inreisverbod van tien jaar opgelegd wegens ernstige bedreiging van de openbare orde, gebaseerd op eerdere veroordelingen, waaronder opiumdelicten. De rechtbank stelt vast dat het tijdsverloop sinds de veroordelingen niet van belang is voor de ernst van de bedreiging, maar wel een relevante omstandigheid is bij de duur van het inreisverbod.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn langdurige verblijf, integratie en familiebanden in Nederland, alsmede zijn medische situatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder de belangen van eiser onvoldoende heeft meegewogen, met name ten aanzien van het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden, en dat de motivering van het besluit daarom niet voldoet aan de vereiste zorgvuldigheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het het inreisverbod betreft en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. Andere beroepsgronden, zoals tegen de aanzegging om Nederland te verlaten en het beroep op het vertrouwensbeginsel, zijn door eiser ingetrokken en behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het inreisverbod van tien jaar wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en belangenafweging.