ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7216
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Teruggave inboedel na vernietiging pandrecht en onrechtmatige pandverlening
In deze kortgedingprocedure vordert eiser de teruggave van de inboedel die door de pandnemer is meegenomen op grond van een verleend verlof tot in vuistpand nemen van zaken. De pandnemer baseerde haar bevoegdheid op een pandrecht dat was gevestigd ter zekerheid van een geldleningsovereenkomst. De echtgenote van de pandgever heeft echter het pandrecht op de inboedel vernietigd wegens het ontbreken van haar vereiste toestemming.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de bevoegdheid tot in vuistpand nemen slechts toekomt indien de pandgever tekortschiet of dreigt tekort te schieten. Nu het pandrecht door de echtgenote is vernietigd en de pandnemer niet te goeder trouw was, valt de inboedel buiten het pandrecht. De pandnemer heeft daarmee onrechtmatig gehandeld door de inboedel weg te nemen.
De voorzieningenrechter beveelt de onmiddellijke teruggave van de inboedel aan eiser en verbiedt de pandnemer verdere maatregelen te nemen ter uitwinning van het pandrecht zolang niet in rechte is vastgesteld dat zij een vordering heeft. Tevens wordt een dwangsom opgelegd om naleving af te dwingen. De proceskosten worden aan de pandnemer opgelegd.
Uitkomst: De pandnemer moet de onrechtmatig meegenomen inboedel binnen 24 uur teruggeven en wordt verboden verdere uitwinning te verrichten zolang niet in rechte is vastgesteld dat zij een vordering heeft.