ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- J.W. Bockwinkel
- Rechtspraak.nl
Betwisting derdenverklaring inzake hypothecaire geldlening en cessie
In deze civiele procedure staat de betwisting centraal van een derdenverklaring die gedaagde ([B] c.s.) heeft afgelegd over een hypothecaire geldlening verstrekt door [D]. De lening van €224.216,- is vastgelegd in een hypotheekakte met een looptijd tot 24 februari 2015. Gedaagde stelde dat de vordering was verlaagd naar €145.000,- en gecedeerd aan een derde, [E], wat eiseres ([A]) betwistte.
De rechtbank beoordeelde dat gedaagde niet voldeed aan zijn verplichting om zijn gerechtelijke verklaring voldoende te onderbouwen met feitelijke gegevens en bescheiden. De enkele brief van 8 september 2007 en een onduidelijk bankafschrift waren onvoldoende om de stelling te staven dat de vordering was verlaagd en overgedragen. Hierdoor bleef de oorspronkelijke vordering van €224.216,- bestaan.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van de hoofdsom op de vervaldatum en de rente vanaf 1 april 2005 tot het vonnis en daarna tot 24 februari 2015. Tevens werd hij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente en in de proceskosten.