ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. van Ham
- D.H. von Maltzahn
- A.M. Brakel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens ontbreken erkenning en naturalisatie
Verzoeker, geboren in Suriname in 1977, vroeg de rechtbank vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij stelde dat hij door erkenning door een Nederlandse vader, die ten tijde van erkenning in Nederland verbleef, en langdurig verblijf in Nederland, het Nederlanderschap had verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de erkenner ten tijde van de erkenning en geboorte niet in het bezit was van de Nederlandse nationaliteit, aangezien hij deze had verloren bij de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst en pas in 1980 genaturaliseerd werd. De erkenning door een niet-Nederlander leidt niet tot verkrijging van het Nederlanderschap. Ook is verzoeker niet meegenaturaliseerd omdat hij toen in Suriname woonde.
Verder is niet gebleken dat verzoeker een optieverklaring heeft afgelegd. De rechtbank concludeerde dat verzoeker niet de Nederlandse nationaliteit bezit en wees het verzoek af. De mondelinge behandeling ging niet door omdat verzoeker niet meer in Nederland verbleef.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen.