ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7991
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.E.M. Effting - Zeguers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep minderjarige vreemdeling tegen feitelijke uitzetting naar Italië
Verzoeker, een alleenstaande minderjarige vreemdeling, verzocht de rechtbank om een verbod op zijn feitelijke uitzetting naar Italië, het land dat verantwoordelijk is voor zijn asielverzoek. Eerdere overdrachtsplannen aan de Italiaanse autoriteiten werden geannuleerd, en ten tijde van de zitting was geen overdracht gepland.
De rechtbank overwoog dat het procesbelang van verzoeker ontbreekt omdat de vraag naar een verbod op overdracht sterk afhankelijk is van de feitelijke omstandigheden op het moment van overdracht, die op dat moment onzeker zijn. Tevens zou verzoeker binnen korte tijd meerderjarig worden, wat de situatie aanzienlijk zou wijzigen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.