ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8056
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag op grond van homoseksualiteit en oplegging inreisverbod
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in, waarbij hij stelde sinds zijn twaalfde of dertiende homoseksueel te zijn. Eerdere aanvragen werden afgewezen en deze besluiten zijn in rechte bevestigd. De huidige aanvraag werd eveneens afgewezen, met oplegging van een inreisverbod van twee jaar.
Verzoeker vroeg om aanhouding van de procedure in afwachting van prejudiciële vragen over de beoordeling van seksuele geaardheid, maar de voorzieningenrechter wees dit af. De rechtbank stelde dat de Nederlandse asielprocedure voldoende waarborgen biedt voor een zorgvuldige en niet-bedreigende beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende concreet en geloofwaardig had verklaard over zijn seksuele geaardheid, onder meer door het ontbreken van details over contacten en betrokken organisaties. Tevens werden geen nieuw gebleken feiten of relevante wijzigingen in het recht aangevoerd die toetsing van het besluit rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod ongegrond verklaard. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.