ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering wegens verjaring en onvoldoende bewijs onrechtmatige daad na ontruiming pand
Eiser vordert een schadevergoeding van € 25.000,- van De Raad en de Staat wegens onrechtmatige ontruiming van een pand dat hij als woning gebruikte. Het pand was in 2006 gekraakt en in 2007 door de politie doorzocht en ontruimd. Eiser stelt dat zijn goederen zijn vernietigd of aan derden zijn gegeven, wat onrechtmatig zou zijn.
De Raad betwist de onrechtmatigheid en de omvang van de schade, en stelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd om zijn stellingen te onderbouwen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn stelplicht en daarom geen bewijslevering toelaat, waardoor de vordering tegen De Raad wordt afgewezen.
Ten aanzien van de Staat overweegt de rechtbank dat eiser vanaf 29 augustus 2007 op de hoogte was van de politie-inval en dat hij zijn vordering niet tijdig heeft ingediend, waardoor deze is verjaard. Eiser wordt daarom niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen de Staat.
De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten van beide partijen en wijst het verzoek van De Raad om volledige proceskosten toe te wijzen af wegens gebrek aan bewijs van misbruik en onvoldoende inzicht in de kosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt niet ontvankelijk verklaard jegens de Staat wegens verjaring.