ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8774

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
C-09-425717 - FA RK 12-6281
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:25c BWArt. 3 sub a Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 8 onder a Vreemdelingenwet 2000Art. 8 onder c en d Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling geboortegegevens afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van een geboorteakte vast te stellen, omdat zij niet beschikt over een geboorteakte en vanwege gezondheidsproblemen niet naar Irak kan terugkeren om deze te verkrijgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand wees het verzoek af omdat verzoekster niet valt onder de in artikel 1:25c lid 1 BW genoemde categorieën.

De rechtbank heeft geoordeeld dat verzoekster niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1:25c lid 1 onder a, b en c BW. Hoewel verzoekster heeft verzocht om analoge toepassing van artikel 1:25c lid 1 onder b BW, kan de rechtbank deze rechtsvormende taak niet vervullen omdat de wetgever deze mogelijkheid niet heeft geboden.

De rechtbank heeft daarom het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De procedure is behandeld op 11 maart 2013 en de beschikking is uitgesproken op 8 april 2013 door mr. A.M. Brakel, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vaststelling van geboortegegevens.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 12-6281
Zaaknummer: C/09/425717
Datum beschikking: 8 april 2013
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 20 augustus 2012 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. J.J.C. van Haren te Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,
zetelend te Den Haag,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief met bijlagen d.d. 10 oktober 2012 van de ambtenaar.
Op 11 maart 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- verzoekster en haar advocaat;
- de ambtenaar in de persoon van de heer A.R. Baptiste .
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoekster noodzakelijke gegevens zal vaststellen.
De ambtenaar is van mening dat verzoekster niet in haar verzoek kan worden ontvangen.
Feiten
- De nationaliteit van verzoekster is onbekend.
- Verzoekster heeft Irak in 2001 verlaten en na een verblijf in Turkije is zij in 2003 naar Nederland gekomen.
- Verzoekster is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd op grond van artikel 8 onder Pro a Vreemdelingenwet 2000.
Beoordeling
Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek.
Ingevolge artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Verzoekster valt met haar huidige verblijfsstatus niet onder de in artikel 1:25c lid 1 onder a en b BW genoemde categorieën van personen. Zij heeft de rechtbank echter verzocht om analoge toepassing van artikel 1:25c lid 1 onder b BW. Zij heeft hiertoe gesteld dat zij een (vervangende) geboorteakte nodig heeft om in aanmerking te komen voor de verkrijging van het Nederlanderschap en dat het voor haar wegens gezondheidsproblemen niet mogelijk is om naar Irak terug te keren om aldaar een geboorteakte te verkrijgen. Voorts heeft zij erop gewezen dat haar echtgenoot destijds wel de asielstatus heeft verkregen en dat hij inmiddels is genaturaliseerd.
Het is de rechtbank in voldoende mate gebleken dat verzoekster niet beschikt dan wel niet kan beschikken over een geboorteakte. Hoewel de rechtbank oog heeft voor het belang van verzoekster bij de verkrijging van het Nederlanderschap, gaat het de rechtsvormende taak van de rechtbank te buiten om de in artikel 1:25c lid 1 BW genoemde categorieën van personen uit te breiden, daar waar de wetgever die mogelijkheid niet heeft geboden. Hetgeen door verzoekster in onderhavige zaak op dit punt is aangevoerd brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
Gelet op het voorgaande en gezien de omstandigheid dat verzoekster evenmin voldoet aan de hiervoor onder c genoemde voorwaarde, beslist de rechtbank als volgt.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2013.