ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- V.J. de Haan
- A.P. Pereira Horta
- R.A.A. Böcker
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel door misbruik kwetsbare positie en toe-eigening opbrengsten prostitutie
De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel gepleegd in de periode van maart tot september 2009 in Alphen aan den Rijn. Verdachte maakte misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer, een vrouw met een verstandelijke beperking, en leidde haar de prostitutie in. Tevens heeft verdachte de opbrengsten van haar seksuele diensten voor eigen financieel gewin toegeëigend.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer en getuigen, bankgegevens waaruit bleek dat verdachte betalingen verrichtte ten laste van het slachtoffer maar haar rekeningen niet betaalde, en de eigen verklaring van verdachte. De rechtbank verwierp het verweer dat het slachtoffer uit vrije wil handelde en dat de verklaringen onbetrouwbaar waren. Fysiek geweld werd niet bewezen verklaard.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €6.500 aan het slachtoffer als schadevergoeding voor de inkomsten uit prostitutie die hij heeft onttrokken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer.