ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling langer dan twaalf maanden
Eiser verblijft sinds 15 maart 2012 in bewaring en heeft op 28 maart 2013 beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring, met een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 26 februari 2013 een beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard.
In de zitting van 17 april 2013, waarbij eiser zich liet vertegenwoordigen door zijn raadsman, is vastgesteld dat het gevaar voor onttrekking aan toezicht reeds in het eerste beroep was beoordeeld en dat er geen nieuwe omstandigheden zijn om anders te oordelen. Een lichter middel dan bewaring is niet geïndiceerd.
In overleg met partijen is afgesproken dat verweerder binnen twee weken na beslissing op een lopend verzoek om voorlopige voorziening eiser zal uitzetten naar zijn land van herkomst of de bewaring zal opheffen. Gezien deze toezegging en actieve dossierbehandeling is er geen grond voor onvoldoende voortvarendheid of belangenafweging in het voordeel van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.