ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9307
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen WOZ-beschikking op naam van echtgenoot
Eiseres en haar echtgenoot zijn beiden genothebbenden van een woning, waarbij de WOZ-beschikking aanvankelijk op naam van de echtgenoot stond. De echtgenoot diende te laat bezwaar in, waardoor dit bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiseres vroeg daarop een nieuwe voor bezwaar vatbare beschikking aan op haar eigen naam. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen deze beschikking niet-ontvankelijk, stellende dat het niet de bedoeling van de wetgever was om via artikel 28 Wet Pro WOZ de bezwaartermijn te omzeilen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ gerechtigd is een eigen beschikking te vragen en dat het bezwaar tegen deze beschikking niet-ontvankelijk had mogen worden verklaard. De rechtbank verwijst naar de Memorie van Toelichting waarin wordt bevestigd dat meerdere belanghebbenden een eigen beschikking kunnen aanvragen.
De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, het bezwaar van eiseres wordt ontvankelijk verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van bezwaar en beroep, inclusief een deel van de kosten van het taxatierapport.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres wordt ontvankelijk verklaard en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd.