ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade aan sluis door krappe schutlengte en waarschuwing sluismeester
In deze civiele bodemzaak vordert eiser, de schipper en eigenaar van het binnenschip Athina, samen met zijn aansprakelijkheidsverzekeraar, de Staat der Nederlanden tot terugbetaling van een borgsom en schadevergoeding wegens schade aan een aanvaringsbalk in een sluis. De schade ontstond tijdens het schutten in de oude kolk van het sluizencomplex te Born, waarbij de Athina met 134,92 meter lengte niet paste binnen de maximale schutlengte van 132,50 meter.
De Staat stelde dat de oude kolk geschikt was voor schepen tot 135 meter en dat de schipper verantwoordelijk was voor de schade, onder meer omdat hij de verkeersaanwijzingen van de sluismeester niet had hoeven opvolgen en niet de juiste voorzorgsmaatregelen had genomen. De schipper stelde dat de sluismeester hem niet had gewaarschuwd voor de krappe ruimte en dat de Staat daarom aansprakelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de schipper niet bekend was met de krappe schutlengte en dat de sluismeester dit wel wist maar naliet te waarschuwen. Dit maakte het handelen van de Staat onrechtmatig en aansprakelijk voor 75% van de schade. Tegelijkertijd werd 25% van de schade toegerekend aan de eigen schuld van de schipper, die naliet alert te zijn en de juiste maatregelen te nemen tijdens het schutproces.
De omvang van de schade kon nog niet definitief worden vastgesteld omdat de Staat niet op basis van nacalculatie had afgerekend, waarna de rechtbank de Staat de gelegenheid gaf zijn stellingen nader toe te lichten. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Staat is voor 75% aansprakelijk voor de schade aan de aanvaringsbalk, de schipper draagt 25% eigen schuld.