ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.W. Vogels
- L.M. Reijnierse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiekortingen regionale publieke omroepen Omroep West en RTV Rijnmond
Omroep West en RTV Rijnmond, als publieke regionale media-instellingen, maakten bezwaar tegen door de provincie Zuid-Holland opgelegde subsidiekortingen voor de jaren 2012 en 2013. De kortingen volgden uit een provinciaal bezuinigingsbeleid, waarbij de bekostiging werd verminderd met respectievelijk € 375.000 en € 1.000.000 voor Omroep West en € 375.000 voor RTV Rijnmond in 2012, en vergelijkbare kortingen in 2013.
De rechtbank onderzocht of deze kortingen in overeenstemming waren met artikel 2.170 van de Mediawet, dat de provincie verplicht de bekostiging zodanig te regelen dat een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk blijft en het activiteitenniveau van 2004 wordt gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat de provincie bevoegd was tot kortingen, mits het activiteitenniveau kwalitatief en kwantitatief gehandhaafd blijft, en dat de provincie dit voldoende had gemotiveerd aan de hand van financiële gegevens, begrotingen en besparingsmogelijkheden.
Eiseressen stelden dat de provincie onvoldoende had onderbouwd hoe het activiteitenniveau gehandhaafd kon blijven en dat de weigering van extra projectsubsidies onterecht was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de provincie de bewijslast droeg en dat de aangeleverde gegevens niet waren betwist. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor beëindiging van de extra subsidie van € 134.000 niet was geschonden.
De rechtbank concludeerde dat de subsidiekortingen niet leiden tot aantasting van het kwalitatief hoogwaardig media-aanbod en dat de beroepen ongegrond zijn. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van Omroep West en RTV Rijnmond tegen de subsidiekortingen zijn ongegrond verklaard.