ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9599
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens risico onmenselijke behandeling in Malta
Verzoeker, een alleenstaande man van Egyptische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van de Dublinverordening, stellende dat Malta verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker betoogde dat hij bij overdracht aan Malta een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling vanwege ontoereikende opvangvoorzieningen voor alleenstaande asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het rapport van Pro Asyl uit 2012 overtuigend aantoont dat Malta in 2011 een tekort aan opvangplaatsen had voor alleenstaande Dublinclaimanten, waardoor deze groep feitelijk dakloos werd. Dit brengt een reëel risico met zich mee op een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het EU Handvest. Verweerder kon zich niet volstaan met een verwijzing naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die oudere rapporten betroffen.
De voorzieningenrechter stelde dat verweerder het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kan worden toegepast. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent het risico op onmenselijke behandeling in Malta.