ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezinsherenigingsaanvragen wegens ontbreken toestemmingsverklaring moeder
Eisers hebben aanvragen ingediend voor gezinshereniging met hun vermeende vader die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees deze aanvragen af omdat eisers geen toestemmingsverklaring van hun moeder overlegden en de gezinsband niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het vereiste van de toestemmingsverklaring wel voortvloeit uit de wet en het beleid, verwijzend naar artikel 29, lid 1, onder e, Vreemdelingenwet en eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eisers betoogden dat dit vereiste geen wettelijke grondslag heeft, maar dit wordt verworpen.
Daarnaast zijn er tegenstrijdige verklaringen van eiser 1 over het vertrek van zijn eerste echtgenote en de gezinsrelaties, waardoor niet aannemelijk is dat contact met de moeder onmogelijk is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van de toestemmingsverklaring en onvoldoende aannemelijkheid van de gezinsband.