ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing beschikking invorderingsrente aan juiste belastingplichtige
Eiseres en B BV maken deel uit van een fiscale eenheid, waarbij eiseres de moedermaatschappij is. Verweerder heeft een teruggaaf vennootschapsbelasting aan eiseres verrekend met een aanslag kansspelbelasting aan B BV, inclusief invorderingsrente. De beschikking invorderingsrente was onjuist geadresseerd aan eiseres, die bezwaar maakte tegen deze beschikking.
De rechtbank stelt vast dat de invorderingsrente feitelijk ten laste komt van B BV, de belastingschuldige. De onjuiste adressering aan eiseres leidt niet tot vernietiging van de beschikking. Verweerder had het bezwaar niet ongegrond, maar niet-ontvankelijk moeten verklaren omdat het niet door de belanghebbende is ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Het verzoek om integrale proceskostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van redelijke proceskosten van €944 en het betaalde griffierecht van €310 aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens onjuiste adressering van de beschikking.