ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1171
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- S. Kleij
- C.W.M. Giesen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning kennismigrant en verblijf bij echtgenote wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming werkgeversverplichtingen
Eisers, beiden van Roemeense nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor verblijfsvergunningen: een kennismigrant en verblijf bij echtgenote. Verweerder heeft de aanvragen afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de werkgever de in de werkgeversverklaring opgenomen verplichtingen zal kunnen nakomen, mede vanwege onvoldoende onderbouwing van de kwalificaties en ervaring van eiseres voor de functie van Plant Manager.
Eisers voerden aan dat de aanvraag beoordeeld had moeten worden naar het recht zoals dat gold op 25 april 2005, zonder toetsing aan marktconformiteit, vanwege de standstill-bepaling in het Toetredingsverdrag. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht nader onderzoek heeft gedaan naar de aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen en dat artikel 3.30a Vreemdelingenbesluit 2000 niet is toegepast in het bestreden besluit.
Verder concludeert de rechtbank dat verweerder niet de marktconformiteitstoets als uitgangspunt heeft genomen, maar twijfels had over de daadwerkelijke betaling van het salaris en de kwalificaties van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens de vertraging.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang is komen te vervallen door de beslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.