ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring EU-onderdaan wegens onvoldoende motivering
Eiser, een Poolse EU-onderdaan, is meerdere malen onherroepelijk veroordeeld voor diverse strafbare feiten, voornamelijk winkeldiefstallen, gepleegd tussen 2009 en 2011. Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst op grond van de Vreemdelingenwet en Richtlijn 2004/38, stellende dat eiser een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het gedrag van eiser actueel en werkelijk is, verweerder onvoldoende heeft aangetoond dat dit een ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de Nederlandse samenleving. De opgelegde straffen waren relatief licht en het Openbaar Ministerie heeft geen zwaardere maatregelen gevorderd. Tevens is verweerder ten onrechte uitgegaan van algemene preventieve motieven en maatschappelijke verstoringen die volgens jurisprudentie niet mogen worden betrokken.
Gelet op de vergaande inbreuk die verblijfsbeëindiging betekent en het vereiste van terughoudendheid, concludeert de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het verblijf en ongewenstverklaring van eiser wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.