ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij beroep op afgifte document rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiseres diende op 14 augustus 2012 een aanvraag in voor een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan moest aantonen. Na afwijzing van deze aanvraag door verweerder, diende eiseres op 27 februari 2013 een nieuwe aanvraag in. Deze werd op 8 april 2013 ingewilligd, waarna eiseres een document ontving dat haar rechtmatig verblijf op grond van Unierecht bevestigt.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet bevoegd is om een eerdere ingangsdatum van het rechtmatig verblijf vast te stellen dan de datum van afgifte van het document. Hierdoor kan een nieuw te verstrekken document nooit een eerdere ingangsdatum hebben dan het reeds verleende document van 8 april 2013.
Eiseres voerde aan dat zij procesbelang had omdat zij een verblijfsgat wilde voorkomen en eerder in aanmerking wilde komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank oordeelde echter dat zij door beoordeling van het beroep niet in een materieel gunstiger positie kan komen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.B. de Vries-van den Heuvel en griffier M.M. van Duren op 24 mei 2013. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.