ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Allewijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen doorhaling inschrijving arts na buitenlandse tuchtrechtelijke maatregel
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 22 april 2013 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 28 maart 2013 van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de inschrijving van verzoeker in het BIG-register door te halen. Dit besluit was gebaseerd op een maatregel van het General Medical Council (GMC) uit het Verenigd Koninkrijk, die verzoeker verbood als arts werkzaam te zijn vanwege het toepassen van stamceltherapie die daar niet was toegestaan.
Verzoeker betwistte de inhoud en procedure van de GMC-uitspraak, maar had geen rechtsmiddelen aangewend en stelde dat de Nederlandse maatstaven anders zijn, stamceltherapie in Nederland was toegestaan en dat geen schade was veroorzaakt. Tevens voerde hij aan dat het besluit tot onbillijke gevolgen leidt, waaronder verlies van inkomen en imagoschade.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 7, aanhef en onder e, van de Wet BIG de inschrijving doorgehaald moet worden indien een buitenlandse tuchtrechtelijke maatregel daartoe leidt, zonder dat herbeoordeling van het incident plaatsvindt. De wetgever heeft bewust geen overgangsrecht opgenomen en de hardheidsclausule is niet toegepast. De rechter achtte het aannemelijk dat het besluit in een eventuele hoofdzaak stand zal houden en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de doorhaling van de inschrijving in het BIG-register wordt afgewezen.